Persbericht

Aanpak van depressie: nieuwe richtlijn voor huisartsen

BRUSSEL, 13/02/2017.- Huisartsen krijgen vanaf 14 februari 2017 een volledig vernieuwde richtlijn over de aanpak van depressie bij volwassenen ter beschikking. Speciale aandacht gaat naar het stellen van de diagnose, verwijzing en de best mogelijke behandeling. Het correct voorschrijven van psychofarmaca zoals antidepressiva en antipsychotica komt uitgebreid aan bod.

Maggie De Block, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid: “Belgen slikken nog veel te veel antidepressiva en dat is lang niet altijd nodig. Deze richtlijn moet ertoe bijdragen dat minder psychofarmaca voorgeschreven en gebruikt worden, een doelstelling die we in het regeerakkoord gezet hebben.”

De richtlijn is bestemd  voor huisartsen. Minister De Block: “Dankzij hun positie op de eerste lijn merken huisartsen vaak als eersten signalen van depressie op bij een patiënt. Het is dan ook belangrijk dat zij weten hoe ze het best reageren, welke behandelmogelijkheden er zijn – schrijf je geneesmiddelen voor of niet  en wanneer ze een patiënt moeten doorverwijzen.  Deze richtlijn biedt hen daarvoor een concreet, evidence-based instrument.”

Het gaat om een herziening van een oude richtlijn; twee huisartsenverenigingen, Domus Medica en de Société Scientifique de Médecine Générale (SSMG) hebben voor de update gezorgd.

Twaalf thema’s

De richtlijn is opgebouwd rond twaalf klinische thema’s waaronder diagnostiek, zelfmoordrisico, verwijzing, behandeling van milde, matige en ernstige depressie, opvolging, samenwerking en ouderen.

Bij de behandeling gaat speciale aandacht naar het correct voorschrijven en gebruik van psychofarmaca zoals antidepressiva en antipsychotica.

Momenteel is er sprake van zowel over- als onderbehandeling wat psychofarmaca betreft. Heel wat patiënten met een milde of matige depressie krijgen medicijnen terwijl ze daar geen baat bij hebben, en omgekeerd krijgen bepaalde patiënten die er wel nood aan hebben géén psychofarmaca. Daar komt nog bij dat medicatie ook niet altijd correct wordt gebruikt: de behandelduur is soms te kort om een effect te hebben, of de patiënt legt onvoldoende therapietrouw aan de dag.

Daarnaast focust de richtlijn onder meer op de verschillende mogelijkheden voor de niet-medicamenteuze aanpak van depressie, op de samenwerking met klinisch psychologen en psychiaters, op het belang van tijdig doorverwijzen en op de rol van patiënten bij de therapiekeuze.

Een apart thema is gewijd aan depressie bij ouderen. Op oudere leeftijd is het vaak moeilijk om depressie te onderscheiden van lichamelijke aandoeningen, van normale ouderdomsverschijnselen en van dementie. Dat leidt tot onderdiagnostiek en onderbehandeling.

Depressie, een groeiend probleem

Depressie is een ernstige en veelvoorkomende psychische aandoening die bovendien steeds frequenter voorkomt, ook in België.

In de Gezondheidsenquête 2008 van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid gaf 9,5% van de +15-jarigen aan recent depressieve gevoelens te hebben gehad. In de Gezondheidsenquête 2013 , was dat al gestegen tot 14,8%.

Parallel daaraan nam het ambulante verbruik van antidepressiva toe in ons land. In 2008 kochten 1,12 miljoen landgenoten antidepressiva in een openbare apotheek. In 2013 waren dat er al 1,17 miljoen (cijferbron: RIZIV). 

In de praktijk

Voor de omzetting van de richtlijn naar de praktijk trekt minister De Block een budget van 250.000 euro uit. Met dat budget zullen onder andere specifieke opleidingen voor huisartsen georganiseerd worden.

De nieuwe richtlijn is een geactualiseerde versie van de richtlijn Depressie bij volwassenen: aanpak door de huisarts uit 2008. Omdat de wetenschappelijke inzichten en de organisatie van de geestelijke gezondheidszorg sindsdien zo sterk zijn geëvolueerd, hebben de wetenschappelijke huisartsenverenigingen Domus Medica en Société Scientifique de Médecine Générale (SSMG) de oude richtlijn herzien. De nieuwe versie is gevalideerd door het Belgisch Centrum voor Evidence-Based Medecine (Cebam) en door de werkgroep van het Belgian Psychotropics Expert Platform (BelPEP).

De richtlijn wordt gepubliceerd op de website www.ebmpracticenet.be, wordt naar de ehealth-mailbox van alle huisartsen gezonden en wordt verder verspreid door Domus Medica en SSMG en door de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid.

De geestelijke gezondheidszorg: sterker en beter gecoördineerd

Maggie De Block, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, heeft van bij het begin van deze legislatuur geïnvesteerd in het versterken en hervormen van de geestelijke gezondheidszorg in ons land.

Minister De Block: “De eerste evaluaties van de nieuwe aanpak zijn bemoedigend. De netwerken en mobiele teams voor de volwassenen leveren resultaten op. In de langdurige mobiele zorg bijvoorbeeld is het aantal heropnames in het ziekenhuis gedaald met 14% van 2014 naar 2015. Steeds meer mensen die na een verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis ondersteund worden door een mobiel team, hoeven niet meer terug te keren naar het ziekenhuis.”

Crisissituaties met kinderen en jongeren worden ook steeds beter gecoördineerd in de betrokken netwerken waardoor kinderen en jongeren zo snel mogelijk de juiste zorg op de juiste plaats krijgen.

Daarnaast zijn een aantal initiatieven genomen om de situatie en de rechten van de patiënt te verbeteren en te versterken.

Een overzicht:

-          Gids naar een nieuw geestelijk gezondheidsbeleid voor kinderen en jongeren: een geïntegreerd beleid door federaal en deelstaat niveau samen om kinderen en jongeren zo snel mogelijk de juiste zorg op de juiste plaats te bieden. Dit houdt oa in dat zij best zo lang mogelijk in de thuisomgeving behandeld worden oa via netwerken en door het inschakelen van mobiele teams (lees meer). De federale overheid investeert jaarlijks 21 miljoen euro in de uitrol van dit beleid, bovenop de bestaande investeringen. De IMC Volksgezondheid keurde de Gids goed op 30 maart 2015.

-          Dubbele diagnose:  patiënten die naast psychische problemen ook een verstandelijke beperking hebben, kunnen sinds begin 2016 rekenen op extra zorg en opvang (lees meer).Daartoe heeft minister De Block 4,68 miljoen euro op jaarbasis uitgetrokken.

-       Geestelijke gezondheidszorg voor volwassenen: de ‘netwerken artikel 107’ zijn verder uitgebreid met netwerken in de regio Luxemburg, Mechelen – Duffel en Aalst – Sint-Niklaas – Dendermonde.

Voor deze drie netwerken trekt de federale overheid jaarlijks 2,3 miljoen euro extra uit tot eind 2018. De IMC Volksgezondheid keurde de netwerken in Mechelen – Duffel en Luxemburg goed op 27 juni 2016 (lees meer). Het derde netwerk ging al eerder van start.

-       Geestelijke gezondheidszorgberoepen: via de wet op de geestelijke gezondheidszorgberoepen is de erkenning van klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen eindelijk geregeld. Dankzij deze wet krijgt de patiënt garanties over de veiligheid en kwaliteit van geestelijke gezondheidszorg (lees meer). De wet is in werking getreden op 1 september 2016.

Momenteel wordt de Federale Raad voor Gezondheidszorgberoepen samengesteld. Maggie De Block: “Deze Raad zal de voorwaarden vastleggen voor de erkenning van klinisch psychologen en klinisch orthopedadogen door de gemeenschappen. Daarna kunnen we werken aan de financiering van psychologische ondersteuning.”

-       Geïnterneerden: samen met minister van Justitie Koen Geens werkt minister De Block aan menswaardige zorg en opvolging op maat voor alle geïnterneerden. Sinds het begin van deze legislatuur zijn er al meer dan 364 extra plaatsen buiten de gevangenis gecreëerd voor geïnterneerden waaronder 264 in het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) Gent. Binnenkort komen daar 180 plaatsen bij in het FPC Antwerpen. In het ‘Masterplan Gevangenissen en Internering’ is beslist tot nog eens 860 bijkomende plaatsen.